De kofferbak is ingepakt als een spelletje Tetris, de koelbox staat op de achterbank en de navigatie is ingesteld op het zuiden. Met de auto op vakantie gaan geeft een ultiem gevoel van vrijheid. Geen gedoe met incheckbalies, geen vloeistoffen in zakjes van honderd milliliter en zelf bepalen wanneer er gestopt wordt voor koffie. De voorbereiding is simpel: auto checken, reisverzekering afsluiten en gas geven. Toch kent die vrijheid een prijskaartje dat vaak wordt onderschat. Zodra de grens wordt gepasseerd, verandert het asfalt in een lappendeken van regels, vignetten en de onvermijdelijke tolpoortjes.
De dans bij de tolpoortjes
Wie naar Frankrijk, Italië of Spanje rijdt, ontkomt er niet aan. De ‘Péage’. Het is een vast ritueel: de snelheid gaat eruit, de rijstroken splitsen zich en de passagier begint verwoed te zoeken naar de creditcard die ergens onder in een tas zit. Tolwegen zijn efficiënt, het asfalt is er vaak strakker dan een biljartlaken, maar de kosten lopen hard op. Een retourtje Zuid-Frankrijk kost aan tol al snel evenveel als een volle tank benzine. Er zijn manieren om de file bij de poortjes te omzeilen. De tolbadge is inmiddels ingeburgerd bij de frequente vakantieganger. Met zo’n kastje achter de voorruit gaan de slagbomen automatisch open en wordt het bedrag later afgeschreven. Dat scheelt een hoop stress en gezoek naar kleingeld terwijl er achter de auto een ongeduldige local op zijn toeter hangt. Wie echter besluit om de tolwegen te vermijden en binnendoor te rijden (de bekende ‘Route Nationale’), ziet wel meer van de omgeving, maar is uren langer onderweg. Tijd is ook geld, zeker als de vakantiedagen geteld zijn.
Een woud aan vignetten en milieustickers
Tol betalen is één ding, maar de bureaucratie rondom vignetten is een tweede. In Oostenrijk en Zwitserland moet er vooraf een sticker op de ruit worden geplakt. Wie dit vergeet, riskeert boetes die vele malen hoger zijn dan de prijs van het vignet. Tegenwoordig kan dit in veel landen ook digitaal, wat het krabben van lijmresten na de vakantie scheelt. Daar komt nog een laag complexiteit bovenop: de milieuzones. Duitsland begon ermee, maar inmiddels hebben veel Europese steden strenge eisen. Wie met een oudere diesel of benzine auto per ongeluk een milieuzone inrijdt in een stad als Lyon of Antwerpen, krijgt de prent vaak al thuisgestuurd voordat de koffers zijn uitgepakt. Het voorbereiden van de route gaat dus verder dan alleen kijken waar de files staan. Het is een administratieve check om te voorkomen dat het vakantiebudget opgaat aan onnodige boetes.
Pech langs de Route du Soleil
De nachtmerrie van elke automobilist is een brandend lampje op het dashboard midden op de snelweg. Pech in het buitenland is net even anders dan pech in de polder. Op Franse tolwegen mag de eigen pechhulpdienst bijvoorbeeld helemaal niet komen. De snelweg is daar privéterrein. Bij pech moet de automobilist gebruikmaken van de oranje praatpalen, waarna een officiële, geaccrediteerde berger de auto van de snelweg haalt. Pas als de auto op een veilige plek staat, komt de eigen verzekering of pechhulp in beeld. Hier ontstaan vaak misverstanden. Veel mensen denken dat hun Nederlandse dekking automatisch geldig is in heel Europa. Dat is lang niet altijd het geval. Wil je niet voor verrassingen staan, dan is een geschikte autoverzekering afsluitenmet dekking buiten Nederland de enige juiste stap voor vertrek. Het is zuur om daar pas achter te komen als de auto met een rokende motor in de brandende zon staat.
De juiste dekking redt de vakantie
Een goede voorbereiding op de autovakantie betekent ook een kritische blik op de polissen. De reguliere autoverzekering dekt bij een WA-verzekering alleen de schade die aan anderen wordt toegebracht. Bij een Allrisk-dekking is de eigen schade ook gedekt, maar dat betekent niet automatisch dat er recht is op vervangend vervoer in het buitenland. Vervangend vervoer is vaak een module die apart aangezet moet worden bij de reisverzekering of de pechhulpverzekering. Stel dat de auto niet binnen twee dagen gerepareerd kan worden. Zonder vervangend vervoer strandt het gezin op een industrieterrein bij Dijon. Met de juiste dekking staat er een huurauto klaar en kan de reis naar de camping worden voortgezet. Ook repatriëring van de auto (het terugbrengen van het voertuig naar Nederland als reparatie niet lukt) is iets om goed naar te kijken. De kosten hiervoor zijn astronomisch als dit uit eigen zak betaald moet worden.

